direct naar inhoud van Regels
Plan: Paraplubestemmingsplan Ontplofbare Oorlogsresten
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1959.AltBP159Pluoorlogr-VG01

Regels

Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS

Artikel 1 Begrippen

1.1 plan

het bestemmingsplan 'Paraplubestemmingsplan Ontplofbare Oorlogsresten' met identificatienummer NL.IMRO.1959.AltBP159Pluoorlogr-VG01 van de gemeente Altena.

1.2 bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels.

1.3 gecertificeerd opsporingsbedrijf

opsporingsbedrijf dat in het bezit is van een certificaat als bedoeld in artikel 4.10, vijfde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit.

1.4 ontplofbare oorlogsresten

achtergelaten ontplofbare munitie en niet-gesprongen munitie als bedoeld in artikel 4.10, eerste lid, onderdeel d, van het Arbeidsomstandighedenbesluit.

1.5 plangebied

het gebied waar dit bestemmingsplan betrekking op heeft.

1.6 projectplan

projectplan als bedoeld in het Certificatieschema voor het Opsporen van ontplofbare oorlogsresten (CS-OOO).

1.7 ruimtelijke plannen

alle bestemmingsplannen, inpassingsplannen, uitwerkingsplannen en wijzigingsplannen binnen het plangebied die vastgesteld zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan.

Artikel 2 Schakelbepaling

2.1 Herziening ruimtelijke plannen

Dit bestemmingsplan herziet de ruimtelijke plannen binnen het plangebied op de wijze zoals aangegeven in lid 2.2 en 2.3.

2.2 Herziening verbeelding
  • a. De verbeelding van de ruimtelijke plannen wordt gewijzigd in die zin dat alle geometrisch bepaalde planobjecten die betrekking hebben op ontplofbare oorlogsresten (of vergelijkbare benamingen, zoals niet-ontplofte explosieven, niet-gesprongen explosieven of conventionele explosieven) worden verwijderd en worden vervangen door de geometische planobjecten zoals opgenomen op de verbeelding van dit bestemmingsplan.
  • b. Voor zover op de verbeelding van de ruimtelijke plannen geen geometrisch bepaalde planobjecten aanwezig zijn die betrekking hebben op ontplofbare oorlogsresten (of vergelijkbare benamingen, zoals niet-ontplofte explosieven, niet-gesprongen explosieven of conventionele explosieven), gelden de geometrische planobjecten zoals opgenomen op de verbeelding van dit bestemmingsplan als aanvulling.

De verbeelding van de ruimtelijke plannen, zoals die luidt voorafgaand aan het moment van vaststelling van dit bestemmingsplan, blijft voor het overige ongewijzigd van toepassing.

2.3 Herziening regels
  • a. De regels van de ruimtelijke plannen worden gewijzigd in die zin dat alle regels die betrekking hebben op ontplofbare oorlogsresten (of vergelijkbare benamingen, zoals niet-ontplofte explosieven, niet-gesprongen explosieven of conventionele explosieven) worden verwijderd en worden vervangen door de regels zoals opgenomen in dit bestemmingsplan.
  • b. Voor zover in de regels van de ruimtelijke plannen geen regels aanwezig zijn die betrekking hebben op ontplofbare oorlogsresten (of vergelijkbare benamingen, zoals niet-ontplofte explosieven, niet-gesprongen explosieven of conventionele explosieven), gelden de regels zoals opgenomen in dit bestemmingsplan als aanvulling.

De regels van de ruimtelijke plannen zoals die luiden voorafgaand aan het moment van vaststelling van dit bestemmingsplan, blijven voor het overige ongewijzigd van toepassing.

Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS

Artikel 3 Veiligheidszone - ontplofbare oorlogsresten

3.1 Aanduidingsomschrijving

De gronden ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - ontplofbare oorlogsresten' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van het woon-, leef- en verblijfsklimaat in verband met de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten in de bodem.

3.2 Bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

3.2.1 Verbod

In afwijking van het bepaalde bij de daar voorkomende bestemming(en) mogen op of in de gronden ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - ontplofbare oorlogsresten' geen bouwwerken worden gebouwd.

3.2.2 Uitzonderingen

Het in lid 3.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op:

  • a. bouwwerken waarvoor bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,30 meter onder het bestaande maaiveld en die kunnen worden gebouwd krachtens de daar voorkomende bestemming(en).
3.3 Afwijken van de bouwregels
3.3.1 Afwijken

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.1 voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de daar voorkomende bestemming(en), indien voldaan wordt aan het beleid ten aanzien van het onderzoeken en opsporen van mogelijk aanwezige ontplofbare oorlogsresten zoals opgenomen in hoofdstuk 5 van de beleidsnota 'Beleid Ontplofbare Oorlogsresten 2024', zoals vastgesteld op 13 februari 2024. Indien deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met deze wijziging.

3.3.2 Voorschriften

Het bevoegd gezag kan in het belang van de bescherming van het woon-, leef- en verblijfsklimaat in verband met de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten in de bodem voorschriften verbinden aan een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 3.3.1.

3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

3.4.1 Verbod

Het is verboden op of in de gronden ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - ontplofbare oorlogsresten' de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag:

  • a. het uitvoeren van grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het afgraven, vergraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden;
  • b. het aanleggen van drainage en het aanleggen, graven, verleggen, verdiepen, baggeren en/of verbreden van greppels, watergangen en andere waterpartijen;
  • c. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
  • d. het aanleggen of uitbreiden van oppervlakteverhardingen, zoals wegen, paden, banen of parkeergelegenheden;
  • e. het aanbrengen of rooien van bomen en/of beplanting, waarbij de stobben worden verwijderd;
  • f. het aanbrengen van teeltondersteunende voorzieningen (voor zover het geen bouwwerken zijn);
  • g. het uitvoeren van sonderingen, boringen, heiwerkzaamheden of het op een andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals damwanden.

3.4.2 Uitzonderingen

Het in lid 3.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien:

  • a. het werken of werkzaamheden betreft die niet dieper reiken dan 0,30 meter onder het bestaande maaiveld, of;
  • b. de werken en of werkzaamheden het normale onderhoud en beheer betreffen, waaronder begrepen onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande trac├ęs van kabels, leidingen en rioleringen waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds naoorlogs uitgegraven diepte, alsmede het verdiepen en baggeren van greppels, watergangen en andere waterpartijen indien niet dieper wordt verdiept of gebaggerd dan de laag die al eerder naoorlogs is verwijderd, of;
  • c. de werken of werkzaamheden het normale agrarisch gebruik op agrarische gronden betreffen, waaronder begrepen diepploegen indien dit aantoonbaar eerder is gebeurd, of;
  • d. de werken of werkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treding van het bestemmingsplan, of;
  • e. de werken of werkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning, of;
  • f. de werken en werkzaamheden worden uitgevoerd in het kader van het opsporen van ontplofbare oorlogsresten door een gecertificeerd opsporingsbedrijf conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd projectplan.

3.4.3 Toetsingscriteria

De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 3.4.1 wordt slechts verleend indien voldaan wordt aan het beleid ten aanzien van het onderzoeken en opsporen van mogelijk aanwezige ontplofbare oorlogsresten zoals opgenomen in hoofdstuk 5 van de beleidsnota 'Beleid Ontplofbare Oorlogsresten 2024', zoals vastgesteld op 13 februari 2024. Indien deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met deze wijziging.

3.4.4 Voorschriften

Het bevoegd gezag kan in het belang van de bescherming van het woon-, leef- en verblijfsklimaat in verband met de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten in de bodem voorschriften verbinden aan een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 3.4.1.

Artikel 4 Overige zone - vernietigingslocatie ontplofbare oorlogsresten

4.1 Aanduidingsomschrijving

De gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - vernietigingslocatie ontplofbare oorlogsresten' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor een vernietigingslocatie voor ontplofbare oorlogsresten.

Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS

Artikel 5 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Hoofdstuk 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS

Artikel 6 Overgangsrecht

6.1 Overgangsrecht bouwwerken
  • a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
    • 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd
    • 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  • b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%.
  • c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
6.2 Overgangsrecht gebruik
  • a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 7 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als:

Regels van het bestemmingsplan 'Paraplubestemmingsplan Ontplofbare Oorlogsresten'.